U bent hier
De rest is geschiedenis
Bart De Wever lanceerde twee weken geleden enige gedachten over identiteit en geschiedenis. Luc Huyse, Karel De Gucht en enkele jonge Gentse historici voelden zich aangesproken en gingen erop in. Mochten zij nu examen afleggen bij Eric Defoort, ze zouden in september moeten terugkomen.
Socioloog Luc Huyse, jurist-politicus Karel De Gucht en ten slotte een groep jonge historici van de UGent reageerden de voorbije dagen op Bart De Wevers essay over de relatie tussen geschiedenis en identiteit (DS 24 en 31 maart, 2, 4 en 5 april). Om dit interessante debat af te ronden, wil ik reflecteren over een aantal thema's die aan bod kwamen. Ik wens vooraf te zeggen dat ik historicus ben, professor emeritus én een geëngageerde burger, onder meer aan de zijde van De Wever. Nagenoeg alle deelnemers aan het debat zijn niet alleen wetenschappers maar ook geëngageerde burgers met diverse ideologische bindingen. Hier zit al onmiddellijk materiaal dat een historicus tot reflectie provoceert: de relatie tussen engagement en wetenschap.
Natuurlijk kan je individuele wetenschappers niet als een ui laag na laag 'afpellen' tot je op de kern van totale niet-betrokkenheid stoot, een dergelijke striptease is onmogelijk. Toch proclameren velen dat het mogelijk is, behalve dan voor katholieken (zo klaroenen sommige vrijzinnigen) of voor mannen (zo decreteren sommige feministen) en uiteraard niet voor nationalisten (zo geloven heel wat antinationalisten). En vice versa. Jan Romein, de grote Nederlandse historicus en marxist, leerde dat niet zozeer het engagement van de historicus schadelijk is, dan wel het verhullen ervan. 'Engagement (.) kan ook een formidabele krachtbron zijn van waaruit hypotheses en conclusies kunnen worden geformuleerd', zo leerde mijn vriend en historicus, wijlen Guy Vanschoenbeek, in zijn boek De wortels van de sociaal-democratie in Vlaanderen.
Geen debat maar kretologie
Debat is een uitstekende zaak, op voorwaarde dat de inhoud relevant is en niveau heeft. Wat dat laatste betreft heb ik bij sommige onderdelen van het debat grote twijfels. Vooral als ik de drie 'Gentenaars' lees word ik herinnerd aan wat ik al in 1995 schreef. De verkleutering bij heel wat Vlaamse progressieve intellectuelen als ze kreetjes over natie en nationalisme slaken, wordt in omvang alleen geëvenaard door de dwaasheid ervan. In hun terechte afkeer voor een exclusief etnische invulling van het natiebegrip, waarrond bange en dus agressieve zuiveraars verzamelen blazen, vinden ze het nodig om het begrip zelf, en meteen ook die Vlaamse nationalisten die voor hun civic nation opkomen, verdacht te maken, te ridiculiseren, af te schrijven, te verketteren. Wie onophoudelijk roept dat alle seksualiteit tot het domein van het bordeel behoort, is de objectieve bondgenoot van de glunderende pooier.
De Wevers opvatting dat 'we naar het verleden kijken door de bril van de gemeenschap(pen) waarin we vandaag leven' wordt door De Gucht hernomen in 'naar de geschiedenis kijken door de bril van het heden'. Alles speelt zich inderdaad af in het heden. Naargelang van de periode zijn er overblijfselen zat. Maar die overblijfselen worden slechts een bron voor de kennis van het verleden via een bevraging ervan door de historicus, en die vraagstelling kan exclusief in het heden plaatsgrijpen. Met dat materiaal construeert en regisseert de historicus in het heden en voor het heden zijn verhaal over het verleden. De Zweedse sociaal-antropoloog Jonathan Friedman komt aldus tot het besluit dat history is an imprinting of the present on to the past. In this sense all history including modern historiography is mythology. Als ik vaststel dat Huyse deze fundamentele en complexe problematiek start bij een definitie van 'mythe' in het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal en het daar verder bij laat, moet ik als historicus wel heel erg slikken. De Gucht houdt het zelfs bij een aardigheidje dat het aan de toog van een Berlaarse kroeg zeker doet: 'Al is de waarheid nog zo snel, de Vlaamse mythe achterhaalt ze wel.' Moet ik nu, in het spoor van De Gucht de snelle waarheid ook laten 'achterhalen' door de socialistische, liberale, katholieke, groene, islamitische, Belgische en - niet te vergeten - Europese 'mythe'? Welk een nutteloze kretologie.
Constructie, deconstructie en finaal: destructie
Nagenoeg hetzelfde doet zich voor met 'deconstructie'. De Wever brengt het ter sprake in zijn essay. Wat volgt lijkt perfect op wat met 'mythe' gebeurde. Niemand van de deelnemers aan het debat vond het de moeite om dan toch even stil te staan bij de oproep van de Engelse cultuurhistoricus Peter Burke voor a balanced assessment of the uses of Derrida for historians. Wat Derrida doet met de 'waarheid' bestaat niet zozeer uit het aantonen van haar onmogelijkheid, maar - in zekere zin het tegendeel - uit het blootleggen van haar mogelijkheidsvoorwaarden. Het deconstructionisme stimuleert tot concreter engagement en doet de grenzen respecteren van de context waarbinnen de waarheid tot stand komt en functioneert. De Wever heeft niets tegen deconstructie en in die zin zal hij het zeker eens zijn met het besluit van de Gentenaars dat 'een deconstruerende geschiedwetenschap noodzakelijk blijft en maatschappelijk nuttig is'. Hij verzet zich wel, in de lijn van de Frans-Algerijnse filosoof, tegen diegene die de deconstructie - zien hoe de constructie in mekaar zit - ombuigen tot destructie, die dan nagenoeg exclusief voor de relatie tussen geschiedenis, identiteit en natie geldt.
De jonge Gentse historici verwijzen terecht naar het belang van de 'constructie'. Maar dat maakt het juist zo onbegrijpelijk dat ze vanuit dit uitgangspunt wegzakken in een schreeuwerig pamflet tegen de N-VA en De Wever waarbij zelfs de hongerstakers aan de VUB te pas komen. Voor hen 'mag De Wever - de gebroeders Grimm achterna - alle Vlaams-nationalistische verhalen, van Vlaamse leeuwen tot kleine collaborateurs als particularistisch erfgoed verzamelen'. Ik kan hen, met kennis van zaken, verzekeren dat De Wever en diegenen die in de N-VA de politieke lijn uitzetten belangstelling noch tijd hebben voor soortgelijke verzamelingen.