Kranker Mann

Door Bart De Wever op 26 juni 2012, over deze onderwerpen: Financiële crisis

'Een eenzijdige concentratie op besparingen leidde in de jaren dertig tot massale werkloosheid, het ineenstorten van het democratische systeem en, uiteindelijk, de catastrofe van het nazisme.' Alzo sprak Ewald Nowotny, de voorzitter van de Oostenrijkse Centrale Bank en prominent SPÖ-lid. Niemand die het hier opmerkte, maar in Duitsland kwam deze sneer naar de Duitse houding op de Europese scène bijzonder hard aan. Allicht omdat het verwijt deze keer klonk vanuit Oostenrijk, het geboorteland van Hitler, dat partner in crime was van Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Want de uithaal van Nowotny is voor het overige allesbehalve nieuw of origineel. De linkerzijde in heel Europa beschrijft de Duitse economische politiek al veel langer in morele termen, waarbij ze zoals steeds demoral highground opzoekt. Zo wordt de eis dat de Duitsers financieel moeten opdraaien voor de landen die niet op tijd de nodige sociaaleconomische hervormingen doorvoerden, omgedoopt tot een pleidooi voor 'solidariteit'.

Een verhaal dat de Vlamingen binnen België al langer kennen. Het idee dat de kraan van de overheidsuitgaven weer open moet, wordt dan weer verkocht als de vraag naar 'groei'. Wie het linkse verhaal tegenspreekt, is dus tegen solidariteit en tegen groei. De onverlaat die dan nog durft tegenwerpen dat je een schuldencrisis niet kan overwinnen door nog meer te lenen, mag het ultieme tegenargument verwachten: dereductio ad hitlerum. Tijdens de voorbije Franse kiescampagnes werd Sarkozy door PS-parlementslid Jean-Marie Le Guen afgeschilderd als de Édouard Daladier (de Franse president die voor WOII de appeasementpolitiek tegenover nazi-Duitsland voorstond) van Frau Merkel, die dus impliciet de rol van Hitler kreeg toebedeeld.

Nochtans zou het veel relevanter zijn om de Duitse houding af te wegen tegenover een veel recentere episode uit 's lands verleden. Toen Helmut Kohl op het einde van de Koude Oorlog de kans greep om de Duitse hereniging af te kopen van de Russen, werden plots twee economische realiteiten onder één politiek dak geschoven. De falende overheidseconomie en de waardeloze munt van de DDR werden overgenomen door West-Duitsland. Onder de banieren van solidariteit en groei werd er een 'Transferunion' gemaakt waarin niet minder dan 1.600 miljard euro naar het oosten zou worden gepompt. Maar Oost-Duitsland kon het westerse tempo simpelweg niet aan en tegen het einde van het millennium waren de economische gevolgen voor het hele land catastrofaal geworden. Duitsland was naar eigen zeggen Europas kranker Mann geworden. Maar het voerde - nota bene onder leiding van een roodgroene regering - sindsdien zeer zware hervormingen door en keerde het tij.

Is het dan zo vreemd dat de Duitsers, die in 2002 met frisse tegenzin hun D-Mark offerden op het Europese altaar, de film van 'solidariteit en groei' weer voor hun ogen zien afspelen? Hun eigen ervaringen leren hoezeer een monetaire unie van een onvolmaakt politiek geheel iedereen bijzonder zuur kan opbreken. Niemand kan de Duitsers verwijten dat ze geen zin hebben om de Vlaming van Europa te gaan spelen. Betalen zonder te bepalen en zonder perspectief op beterschap is nu eenmaal democratisch niet houdbaar.

In plaats van verontwaardigd in te spelen op het Duitse, historische schuldgevoel, zou links in Frankrijk er beter aan doen om zelf eens in de achteruitkijkspiegel te kijken. Toen de vorige linkse president, François Mitterrand, er in 1981 aan de macht kwam, werden de overheidsuitgaven drastisch verhoogd en talloze nationalisaties doorgevoerd. De werkloosheid, het tekort op de handelsbalans, de inflatie en het deficit swingden binnen de kortste keren uit de pan. De Franse frank moest maar liefst drie keer gedevalueerd worden. Pas in 1983 kon Jacques Delors de president overtuigen om te kiezen voor een tournant de la rigueur om de competitiviteit van de Franse economie proberen te herstellen. Dat lukte voldoende om Mitterrand alsnog van een tweede ambtstermijn te verzekeren, maar ondertussen is het wel al meer dan dertig jaar geleden dat Frankrijk nog een begroting in evenwicht realiseerde.

De zwakke EU-landen hebben vandaag niet eens meer het paardenmiddel van de devaluatie. De euro bracht hen in de verleiding om goedkoop te lenen tot ver boven hun economisch vermogen. Nu die kruik gebarsten is, kan alleen een pad van verstandige sanering nog soelaas brengen. Snoeien om te groeien, zal nog vele jaren het devies moeten zijn in de EU. Als Hollande, Di Rupo en hun Europese geestesgenoten dat niet onder ogen willen zien, is het einde van de euro inderdaad slechts een kwestie van tijd.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is